De subtiele twee- en driedimensionale objecten en assemblages van Willo Gonnissen zijn krachtig in hun eenvoud. Ze wekken bij de toeschouwer associaties op en zijn alles behalve eenduidig. Als een verwonderd 'prinsenkind' van een andere planeet bekijkt hij de wereld en openbaart hij zijn visie op de eigenaardigheden van de mens.

 

Joris Capenberghs, In Between, reizen van buiten naar binnen, Kasteel Gaasbeek, 2013

 

-------------------

 

De composities van Willo Gonnissen zijn vooral subtiel en wezenlijk en bovendien zijn ze tegelijk cerebraal en poëtisch. Zijn uitgepuurde vormen bevragen de toeschouwer, zoals ook Socrates dat ooit deed. Ze weken inzichten los omtrent de talloze betekenissen waarmee ze werd beladen of waarvan ze drager zijn. Willo Gonnissen onderstreept dat elk ding, elke vorm een verhaal heeft en dat wisselende verbanden een pluraliteit aan gegevens genereren, dat zij met andere woorden voertuig zijn voor telkens weer een ander verhaal.

 

Dan Holsbeek, Landschap van beelden, 2012

 

-------------------

 

De beweging die Willo Gonnissen maakt ten aanzien van de dingen, is vergelijkbaar met die van de toeschouwer met betrekking tot zijn werk: hij gaat naar de dingen toe. De zich herhalende eenvoudige vormen, zijn veel meer dan alleen maar beeldrijm, ze zijn – zoals gezegd – met betekenissen beladen. De wandelstok doet denken aan mobiliteit, maar suggereert insgelijks een verminderde beweeglijkheid, de wandelstok veronderstelt de aanwezigheid van de mens, maar verliest aan betekenis zonder aardbodem, de wandelstok is steun én verbindingsstuk. Elk ding, hoe ogenschijnlijk onbetekenend, heeft een verhaal en bovendien leveren wisselende verbanden een pluraliteit aan gegevens en geen afgesloten systeem met een pasklaar antwoord. Wie durft daar na Marcel Duchamp nog aan twijfelen? Deze ‘weten’schap, laat de kunstenaar toe ‘zijn’ verhaal te vertellen. De exploratietocht van Willo Gonnissen beperkt zich hier niet tot het louter cerebrale, hij creëert een wereld waar een subtiele en intimistische omgang met de ‘umtwelt’resulteert in poëzie. 

  

Representatief op deze tentoonstelling is de installatie met de veelzeggende titel: ‘Verdwijnpunt’. Een met deuren samengesteld vlot, wordt gepresenteerd op schragen die, naar analogie met de zee, dragen. De deuren zijn hier scheiding tussen twee werelden, tussen leven en dood, tussen water en lucht. Op het vlot liggen 20.000 papieren bootjes, die bijna 270 manuren veronderstellen, een schijnbaar onbetekenende bezigheid, Sisifusarbeid, maar dat is het niet, in ruil krijg je immers poëzie. Zonder het éne noch het andere aanwezig te stellen, evoceert Gonnissen als een volwaardig romantisch kunstenaar de krachten van berg en zee. De bootjes zijn vergelijkbaar met de wandelstokken, ook hier wordt het beeld van de mobiliteit opgeroepen, maar wordt tegelijkertijd de onmogelijkheid ervan, door constructie en materiaal, benadrukt. Een vlot zonder zeil zou helemaal hopeloos lijken, het zeil werd hier vervangen door een schilderij waarop een lepeltje staat afgebeeld dat al roerend in zee een enorme draaikolk veroorzaakt. Het zeil dat normaliter mogelijkheid tot redding is, voorspelt hier niet veel goeds. 

  

Dan Holsbeek, CC De Doos, Hasselt, 2004

 

-------------------

 

Achter een lucifer, een takje, een gescheurd stukje papier, een gevouwen bootje, een speelgoedblokje (excuseert de verkleinwoorden) schuilt telkens een continent zo onmetelijk dat al onze archetypische dromen en verzuchtingen er een onderkomen kunnen vinden. Zelfs oeroude demonen worden er bezworen. Een kleinigheid wordt de ruimte van een droom, een vertelling, een vogelvlucht, een duik in het azuur. Het papieren bootje nodigt uit op een cruise langs het zenit. Zo geraken we toch nog in de wolken, alleen met wat we van de grond oprapen. 

  

Francis Smets, Elke komma heeft een punt, of misschien wel een..., Galerie Voss, Galerie S&S, 2001

 

-------------------

 

Het spreken van Willo Gonnissen is geenszins abstract bedoeld, zelfs niet eens abstraherend. Hij wil het hebben over het boek als boek als boek, over de tekening als tekening als tekening, en over de betekenis als betekenis als betekenis. Neem bijvoorbeeld het zwart vierkant van Malevitsj. De schrijver zou het ons hier kunnen laten zien, aan de wand als schilderij en in plaats van ‘Suprematistisch schilderij van Malevitsj’ zou hij het kunnen noemen ‘Eddy Merckx in de trui van Belgisch kampioen: detailopname’. 

  

Rik Gonnissen, Boekspreken, Kunstcentrum Il Ventuno, Hasselt, februari 2000

 

-------------------

 

Der Künstler bezieht die einzelnen Gegenstände seiner Arbeiten aus seinem täglichen Lebensumfeld, er kauft sie als vorgefertigte Produkte. Wie Marcel Duchamp mit seinen Ready-mades nicht mehr als materialformender Künstler in Erscheinung trat, so versucht auch Gonnissen mit den vorhandenen Gegenständen durch einen veränderten Kontext neue Ebenen des Verständnisses zu erzeugen. Neue Kombinationen erzeugen neue Erkenntnisse. Die Idee des Arrangements ist hier der eigentliche künstlerische Akt - ein konzeptuelle Kunst. 

Dabei kombiniert der Belgier die einzelnen Gegenstände stark nach formalen Aspekten: die gerollte Zunge der Einladungskarte birgt in sich das Anführungszeichen, dieses Komma ist teil des Anführungszeichens und beherrbergt einen Punkt, der aber auch eine Weltkugel seien könnte, zusammen mit der Sichel des abnehmenden Mondes wird aus der Weltkugel wieder ein Kommazeichen. Sie erkennen ein universales, selbstreflexives System, in dem sich die Satzzeichen unserer Schriftsprache z.B. mit den Himmelskörpern vereinigen und auf eine Reise gehen - vielleicht mit einem Schiff, das ebenso ein ständiger Begleiter von Gonnissens Versatzspiele ist wie der fliegende Teppich. 

  

Andrea Fink, Also sprach er... Galerie Voss, 15 juni 1996

 

-------------------

 

Willo Gonnissen speelt een spel van associaties, van voortdurende verwijzingen. Hij bekijkt zijn wereld vanuit het standpunt van een typograaf. De koffie in de kop wordt een punt, de oor van die kop wordt elders een helft van een gebroken hart, drie punten krijgen honderd en één betekenissen naargelang de context waarin ze worden geplaatst. Elk teken krijgt een betekenis die niet noodzakelijk verwijst naar het individuele teken, maar eerder naar een geïdealiseerde werkelijkheid. De tekens zijn anti-mimetisch: datgene wat nagebootst wordt is de idee, niet het concrete ‘ding’. Het lijkt alsof de kunstenaar met zijn tekens een bewoonbare kosmos tracht te scheppen. Gonnissen schept, niet zelden op een speelse wijze, de illusie een begrijpbaar systeem uit te werken. In werkelijkheid overspoelt hij de kijker met hypothesen waardoor elke gesuggereerde kosmos onmogelijk wordt en de absolute wetenschappelijke waarheid een naïeve droom. 

  

Op zoek naar de prinses PCBK.-. Provinciaal Centrum voor Kunsten - Begijnhof, Hasselt, 5 oktober 1995

 

-------------------

 

“Zou het niet mooi zijn om een heel leven lang, elke dag een bootje van papier te maken en op de rivier e zetten?”, peinst Willo Gonnissen luidop. Een mooi beeld is het wel, een ritueel eveneens. Bij deze kunstenaar gaat het om beelden en nogal dikwijls om de autobiografische connotaties die bij de beelden ontstaan of er verband mee houden. Zijn moeder leerde hem papieren bootjes maken tijdens een vakantie bij grootmoeder vlakbij een beek. Dat beeld overviel hem enkele jaren geleden en het wil maar niet wijken. Het is als een metafoor voor het leven: een bootje is erg broos, het drijft een eindweegs en het zinkt definitief. 

“Ik ben met ideeën bezig maar op een poëtische manier. Mijn lijfboek is ‘Le petit prince’ van de Saint-Exupéry. Ik kan eigenlijk op een fysieke manier genieten van een zwart vierkant op een wit blad. Ik voel me ingebed in de traditie van Malevitch.” Beelden zijn dus primordiaal evenals de voortdurende bevraging die uit die beelden kan ontstaan. 

Een tafel is stabiel, daarrond zit de familie, ook al een symbool voor stabiliteit, en dan wordt een beeld getoond waarbij die tafel omgekeerd staat. De stabiliteit wordt in vraag gesteld enerzijds en de tafel wordt op zijn beurt een boot anderzijds, een boot gevuld met bootjes voor een leven lang? 

  

Daan Rau, Benvenuto Il Ventuno, Gele Zaal, Gent, mei 1992

 

-------------------

 

Ondanks hun ontwapenende eenvoud zijn de tekeningen van Willo Gonnissen onmiskenbaar het resultaat van doorgedreven manipulaties. Die manipulaties maken dat typografische elementen veranderen in voorstellingen. Leestekens veranderen in deze tekeningen spontaan in halve manen, dijen of vliegende tapijten. Die voorstellende kracht putten de betekenisloze tekens ondermeer uit hun gemanipuleerde vorm maar vooral uit de plaats die ze op het witte vel aannemen. Ogenschijnlijk gaat er van de lijntekeningen op het witte papier geen enkele kracht uit. Die schijnbare krachteloosheid schept het vacuüm, de leegte waaruit de optische illusies geboren worden. Het ongedefinieerde bezit een uitzonderlijke kracht die voorstellingen kan veranderen in tekens en omgekeerd. Deze inwisselbaarheid kan alleen geboren worden uit de leegte en de betekenisloosheid van het witte vlak dat de lijnen omringt    

 

Jan Kenis, Be-Tekenen, Cultuurcentrum Heusden-Zolder, 1992

 

-------------------

 

Willo Gonnissen smeedt lettertekens en beelden tot een geheel, niet door de kunst van de kalligrafie maar door die van de typografie. 

Typografie respecteert de vorm van de letters en richt zich op de eerste plaats op de witruimtes die de letters omringen. In zijn tekeningen gebruikt Gonnissen geen letters maar leestekens. Letters zijn de representanten van klanken, de leestekens die van de stilte. Leestekens hebben geen klank. Ze geven de rustpauzes aan. Ze situeren de stilte, de leegte. Stiltes kunnen met evenveel gemak in een tekst door witregels aangegeven worden: twee centimeter witregel voor een komma, drie voor een punt. De leestekens concretiseren de leegte in een punt (of komma). Deze tekens staan voor het wit van de marge die een tekst binnendringt. 

Leestekens zijn kameleons. Ze voelen zich immers niet alleen thuis tussen letters en tussen beelden zoals Gonnissen ons dat bewijst. Ze dringen met evenveel gemak tussen getallen: een punt geeft een duizendtal aan, een dubbele punt een deling ... 

Bevrijd van de klank kunnen de leestekens voor eender welke betekenis staan. In de hiërogliefen van Gonnissen worden leestekens zelfs voorstellingen: gesloten haakjes veranderen in de heupen van een vrouw, een komma in een slakkenhuis. Het betekenisloze wordt betekenisdrager. 

  

Jan Kenis, De typografie van de stilte. Ludwig Forum, Aken 1991

 

-------------------

 

Voor Willo Gonnissen wordt ‘scheppen’ uiteindelijk een 'toevallig' samengaan van één of twee (of meerdere) dingen, acten, ideeën waaruit steeds iets nieuws kan ontstaan. Vanuit het ene basisteken of vanuit meerdere geassocieerde individuele tekens: een vaas, een vrouwenbuste, een bootje, een Napoleonhoed, een mond, een vagina, een blad, een pluim,... wordt een teder maar ook trefzeker associatiespel opgezet. De kijker wordt voor de vraag geplaatst: staat er wat er staat of treed ik hier een reeks van betekenaars (tekens) binnen die in zich - ook als ze niet uitgetekend zijn zoals ik dat verwacht - verschillende betekenissen dragen? 

Elk teken is een ankerpunt, een steeds terugkerend motief van hetzelfde fundamenteel verhaal. Men hoeft niet te gissen naar dat discours: wellicht gaat het om de verwonderde mens, het grootgeworden kind dat zich ingehouden (en toch feestelijk) met een aantal voorwerpen omringt. Misschien is het wel "een kleine prins" die met het doorgaans vertelde discours van het leven èn het kunstenaarschap geen vrede neemt en daarom uit de voorbije persoonlijke levensgeschiedenis tekens terug ophaalt - en hen terug tot leven wekt - om steeds het leven opnieuw te beginnen. 

  

Rik Gonnissen, CIAP Hasselt, 1990

 

-------------------